It takes a village, maar wat als je geen village hebt?
Over het opvoeden van kinderen zonder het netwerk dat iedereen veronderstelt dat je hebt
'It takes a village to raise a child.' Je kent de uitdrukking. Hij duikt op in gesprekken, in boeken, op Instagram onder foto's van lachende oma's met kleinkinderen op schoot. Het idee erachter klopt ook — kinderen opvoeden doe je niet alleen, dat is altijd zo geweest, en dat is ook nooit de bedoeling geweest.
Maar wat als die village er gewoon niet is?
Geen ouders die een middag kunnen bijspringen. Geen schoonouders die zeggen: 'Laat de kinderen dit weekend maar hier.' Geen zus die even kan oppassen zodat jij naar de tandarts kunt zonder een peuter mee te slepen die de wachtkamer sloopt. Geen oma die een pan soep brengt als jij ziek bent. Geen vangnet. Gewoon jij. En je partner. En twee kleine mensen die van jullie alles nodig hebben.
“De uitdrukking 'it takes a village' is geruststellend bedoeld. Maar als je geen village hebt, klinkt hij vooral als een beschuldiging.”
De generatie zonder achtervang
We zijn niet de eerste generatie die ver van huis woont. We zijn niet de eerste generatie met drukke levens en ingewikkelde familiaire situaties. Maar we zijn misschien wel de eerste generatie die dit allemaal tegelijkertijd doet: fulltime werken, ambities najagen, een relatie onderhouden, kinderen opvoeden en dat zonder het vanzelfsprekenheid van een familienetwerk om op terug te vallen.
Onze ouders woonden om de hoek bij hun ouders. Of de situatie was anders, meer mensen thuis, minder druk op twee inkomens, andere verwachtingen. Nu woon je misschien twee uur rijden van je familie. Of je ouders zijn er niet meer. Of ze zijn er wel, maar kunnen of willen niet helpen. Of de relatie is te ingewikkeld om hulp te vragen. Of je schoonouders wonen ver weg, zijn druk met hun eigen leven, of hebben simpelweg andere ideeën over hoe kinderen grootgebracht worden.
Hoe het ook zit, het resultaat is hetzelfde. Jij staat er grotendeels alleen voor. Met je partner, als je geluk hebt. En soms ook dat niet.
Wat het concreet betekent en wat mensen niet zien
Mensen zonder kinderen snappen het niet. Mensen mét kinderen en een groot netwerk snappen het ook niet, althans, niet helemaal. Want voor hen is er altijd een oplossing. Als zij ziek zijn, belt er iemand aan met eten. Als zij een vrije avond nodig hebben, is er een oma beschikbaar. Als hun kind ziek is en zij moeten werken, is er een noodoplossing.
Voor jou is er geen noodoplossing. Jij bent de noodoplossing. Altijd.
Dat betekent in de praktijk: je gaat naar werk met koorts omdat je geen opvang hebt als het kind ook ziek is en je partner niet thuis kan blijven. Het betekent dat jullie nooit spontaan iets kunnen doen, want er is niemand die even op de kinderen past. Het betekent dat een avondje uit een logistieke operatie is van weken van tevoren plannen en een oppas regelen die je honderd euro kost. Het betekent dat je zelden echt vrij bent, omdat er altijd iemand van jou afhankelijk is en er niemand is die dat even overneemt.
“Vrij zijn is niet hetzelfde als een vrije dag hebben. Vrij zijn betekent dat iemand anders het even overneemt. En die iemand anders heb je niet.”
De onuitgesproken rouw om wat je niet hebt
Er is iets wat weinig mensen hardop zeggen, maar wat velen wel voelen: het verdriet om de village die er niet is. Niet alleen het praktische gemis, hoewel dat al zwaar genoeg is. Maar ook het emotionele gemis. Van een moeder die meekijkt. Van een schoonmoeder die trots is. Van grootouders die zien hoe je kinderen opgroeien. Van het gevoel dat je er niet helemaal alleen voor staat.
Dat gemis is echt. En het is oké om dat even te benoemen, zonder er meteen een oplossing aan te hangen. Want soms is er geen oplossing. Soms is het gewoon zo. En dan helpt het om te weten dat je niet de enige bent die dit voelt.
De village die je zelf bouwt en hoe oneerlijk dat eigenlijk is
'Bouw dan je eigen village,' zeggen de boeken. En ja, dat klopt. Je kunt bewust investeren in vriendschappen met andere ouders. Regelingen maken met buren. Een oppasruil opzetten. Een hecht clubje om je heen verzamelen. Dat helpt. Echt.
Maar laten we ook eerlijk zijn over wat dat vraagt. Het kost tijd om een netwerk op te bouwen. Energie die je al nauwelijks hebt. Kwetsbaarheid om hulp te vragen aan mensen die je misschien nog niet zo goed kent. En de impliciete verwachting dat je er ook voor hen bent, wat je graag wil, maar waarvoor je de ruimte niet altijd hebt.
Een zelfgebouwde village is prachtig. Maar het is ook werk. En het vervangt niet wat je eigenlijk had moeten hebben: mensen die er gewoon zijn, zonder dat je er hard voor hebt moeten knokken.
“Een netwerk bouwen als je uitgeput bent, is vragen om te zwemmen terwijl je al aan het verdrinken bent.”
Hoe overleef je het dan?
Ik ga je geen vijfstappenplan geven. Dat zou een leugen zijn. Maar wat ik wel weet: je overleeft het door te stoppen met doen alsof het normaal is. Door hardop te zeggen dat het zwaar is, niet als klacht, maar als feit. Door te stoppen met je te vergelijken met de moeder wier schoonmoeder elke vrijdag oppast. Door te erkennen dat jij het met minder middelen doet, en dat dat echt iets vraagt.
En door, misschien het moeilijkste van alles, hulp te vragen voordat het te laat is. Niet als je al volledig op bent. Maar nu. Aan een vriendin. Aan een buurvrouw. Aan je partner. Aan wie dan ook die bereid is even een stuk van dat gewicht over te nemen.
De village bestaat misschien niet in de vorm die je had gewild. Maar dat betekent niet dat je er helemaal alleen voor staat. Het betekent wel dat jij harder moet zoeken en dat is eerlijk gezegd niet fair. Maar het is de realiteit van hoe veel mensen de tropenjaren doorkomen.
Niet door een village. Maar door elkaar.
Herken jij dit? Je bent niet de enige. Bij MamaFirst zijn we er voor de moeders die het zonder village doen en toch blijven staan.
mamafirst.nl